
De schaduwinstallatie voor uw serre is onderhoudsvrij. Alle lagers zijn duurzaam gesmeerd.
Mochten zich vreemde vooorwerpen (takjes, loof) in de geleidingen of op de bespanning bevinden, dan moeten die voorzichtig worden verwijderd. Wanneer er ventilatieopeningen e.d. in het verplaatsingsbereik van de schaduwinstallatie zitten, moeten die vóór het uitschuiven worden gesloten.
Bij herhaaldelijk uit- en inschuiven binnen korte afstanden kan de thermobeveiligingsschakelaar van de motor de installatie blokkeren. Na het afkoelen schakelt de motor vanzelf weer aan.
Wanneer de installatie in de winter wordt gebruikt, moet ervoor worden gezorgd dat ijs en sneeuw de geleiding en de verplaatsingsweg niet blokkeren. Bij beginnende sneeuwval moet de schaduwinstallatie voor de serre onmiddellijk worden ingeschoven. Indien er toch eens sneeuw op de bespanning ligt, moet die vóór het inschuiven worden verwijderd. Bevroren doek moet vóór het inschuiven ontdooien en drogen.
Schuif de schaduwinstallatie zo mogelijk nooit vochtig in. Mocht dit (bijv. bij een plotselinge regenbui) niet mogelijk zijn, moet de schaduwinstallatie vervolgens uitgeschoven en gedroogd worden.
Reiniging van de bespanning alleen met helder water (geen chem. reinigingsmiddelen).
Let op, automatische apparaten mogen bij langere afwezigheid (bijv. vakantie) niet alleen de besturing van de ionstallatie uitvoeren, omdat in dat geval de veiligheid van de installatie niet gewaarborgd kan worden.
Een schaduwsysteem voor een serre is een zonweringsinstallatie en moet daarom bij regen, sneeuw en onweer of opkomende hevige wind worden ingeschoven. Verkeerde en niet bedoelde belastingen hebben een negatief effect op functie en veiligheid.
De bespanning van uw schaduwinstallatie heeft een reeks controles ondergaan. Bij het weben, het in elkaar naaien en bij de montage. Houd er echter rekening mee dat ieder weefsel verschillen aan het oppervlak vetoont. Bijvoorbeeld zal u kleine knopen, kleurstippen, ungelijkmatige draden of kleine afwijkingen en verschuivingen in het design en het rapport kunnen constateren. Ook kleinere kleurafwijkingen tussen stofbanen of kleurverschillen ten opzichte van stalencollecties kunnen niet worden uitgesloten.
De verwerking van meerdere ook verschillend brede banen is afhankelijk van de totale breedte van de installatie. Er kan iets van golf- of vouwvorming naast de naden optreden, omdat aan de naden het doek dubbel ligt. Doorhangen tengevolge van het eigen gewicht van de bespanning is eveneens mogelijk.
Deze eventueel opvallende verschijningen zijn echter geen fouten, die bij de verschillende controles over het hoofd zijn gezien, maar hebben technische oorzaken.
